Dit deel van 'Vroom dansen rond het gouden kalf' laat zien hoe christelijke regeringsleiders en topfunctionarissen, onderdanen van het Koninkrijk der Nederlanden hoogstpersoonlijk hebben afgeslacht, als slaven te werk gesteld en vriendschap zoeken met de vijand. Desondanks worden woorden als 'normen en waarden' in de mond genomen: alles in het teken van geldelijk gewin, olie en het corporatieve bedrijfsleven.