Het criminele, intolerante en aanstootgevende gedrag komt niet voort uit de islam, het heeft vooral een etnische oorsprong. De meeste Marokkanen in Nederland zijn afkomstig uit het Rif-gebergte. In deze krijgscultuur van met elkaar rivaliserende stammen domineren zogenaamde mannelijke deugden, zoals moed, eer en respect. De clanstructuur werkt in de hand dat een sterk onderscheid wordt gemaakt tussen insiders en buitenstaanders.

Jongens uit het Rif, opgegroeid in een harde en autoritaire wereld, ervaren onze omgangsvormen nogal eens als feminien, laf en slap.

Dit soort jongens heeft vaak een diepe minachting voor onze slappe houding, zeker ook voor homo’s. Nederlandse jochies worden bovendien gezien als een gemakkelijk doelwit. Ze beschikken immers niet over ‘belwaarde’, dat wil zeggen ze hebben geen achterban die met een oproep van een mobiele telefoon snel valt te mobiliseren.

Het is ook de prijs die we gezamenlijk betalen voor onze tolerante houding en overheidsbeleid, jarenlang gekenmerkt door ‘integratie met behoud van eigen taal en cultuur.