Geachte leden van het Parlement van Angola,
Tegen wil en dank ben ik nu een symbool geworden van jonge, alleenstaande asielzoekers in een land buiten Angola. Veel liever ben ik een symbool van heldendom van de opbouw van de samenleving van mijn vaderland, Angola. Iets waarmee ik mij veel nuttiger voel dan met een rol in het buitenland.
Op mijn negende ben ik op het vliegtuig gezet, helemaal alleen. Ik had toen enorm veel verdriet en was bang. Hoe kon ik mijn mooie vaderland, Angola, vaarwel zeggen? Ik ben daar geboren en getogen. Dit is het land, dat ik graag wil opbouwen, groot wil zien worden. Vele bittere tranen heb ik gehuild omdat geen land mooier is dan Angola. Landen in Europa zijn al relatief ver ontwikkeld en rijk, juist in mijn vaderland kan ik mij nuttig maken. Europese landen komen bijvoorbeeld vaak al ver bij het WK, voor Angola kan ik tenminste een verschil maken en zullen de doelpunten die ik bij het voetballen score veel meer betekenis hebben. Ettelijke malen is mij te kennen gegeven, dat mijn toekomst in Angola ligt. Zelfs Albayrak en Hirsch Ballin hebben zich met mijn zaak bemoeid en bevestigden dat voor mij een mooie toekomst in mijn vaderland in het verschiet ligt. Waarom moest het dan nog zoveel jaren duren, voordat ik naar mijn vaderland mocht terugkeren? Het ziet er nu zelfs naar uit, dat verdragen het mij onmogelijk maken naar mijn gel
iefde vaderland terug te keren. Kunt u wellicht iets voor mij betekenen? Is er in Angola misschien ook een regering die met een gedoogakkoord is gevormd en een labiele minister die zich over mijn geval wil buigen om zich sterk te maken voor mijn rechten als Angolees?
Veel liefs van een tekstschrijver van Mauro.