Fred Spijkers was ooit bedrijfsmaatschappelijk werker bij het ministerie van Defensie. In september 1984 kwam de munitiespecialist Rob Ovaa om het leven tijdens het testen van een Nederlandse AP-23 mortiermijn. Spijkers kreeg opdracht om de weduwe van Ovaa te vertellen dat haar man door eigen schuld was verongelukt. Dan hoefde Defensie haar geen schadevergoeding te betalen. Er was al eerder een ongeluk gebeurd met die AP-23 mijnen, waarbij zes militairen waren omgekomen en tien zwaar gewond. Spijkers vermoedde dat die mijnen niet deugden en begon een onderzoek.

De ondeugdelijkheid van deze mijnen bleek al sinds 1970 bij defensie bekend. Ze waren levensgevaarlijk, maar wegens belangenverstrengeling met Eurometaal, een Nederlandse wapenfabriek, deed men bij defensie doodleuk alsof dit niet zo was. Toen Spijkers aan de bel trok, kreeg hij het etiket “politiek crimineel”. Vervolgens werd hij psychiatrisch onderzocht en kreeg de diagnose “paranoïde schizofreen.” Zo kwam hij in de WAO, maar Spijkers bleef zijn diagnose en zijn WAO-uitkering aanvechten.