Dood aan de ongelovigen: radicale moslims wekken de indruk dat de Koran overloopt van oorlogszuchtige taal. Maar is dat ook zo? Hoe vaak komt het woord djihad eigenlijk voor? En welk heilig boek spreekt vaker over oorlog: de Koran of de Bijbel? Arabist Jan Jaap de Ruiter ging tellen en was verrast.

Jan Jaap de Ruiter, docent Arabisch aan de Universiteit van Tilburg, mag zich graag roeren in het debat over de islam, en kiest daarbij consequent voor een niet-polariserende houding. Hij hecht eraan het beeld van de islam als agressieve, gewelddadige godsdienst te nuanceren en wijst er steeds weer op dat de meerderheid van de moslims zich niet herkent in de opruiende, haatdragende taal op sommige internetsites, noch in de visie en daden van moslimterroristen.

In 'De statistieken der religies', een pas verschenen essaybundel van zijn hand, zinspeelt hij zelfs op de vorming van een 'joods-christelijk-islamitische traditie' in ons land. Hij vindt het aannemelijk en tegelijk 'razend interessant' dat zich in de naaste toekomst een dergelijke traditie zal ontwikkelen.

Met het Oude Testament, het Nieuwe Testament en de Koran op schoot, neemt hij daar alvast een voorschot op. De arabist is aan het turven geslagen: hoe vaak en in welke context komen bepaalde betekenisvolle woorden en begrippen in elk van de drie heilige boeken voor? Hij koos er twaalf uit, variërend van 'dieren' en 'taal' tot 'djihad', 'onderwerping' en 'zonde', telde het aantal vindplaatsen per heilige schrift en vergeleek de uitkomsten in korte beschouwingen, afwisselend serieus en luchtig.

De resultaten van De Ruiters statistische analyse blijken vaak niet te stroken met de heersende beeldvorming over de diverse religies, in het bijzonder de islam. De islam wordt, zeker in het huidige tijdsgewricht, gemakkelijk gezien als een simpele, wrede religie, bloeddorstig en allerminst barmhartig. Verrassend genoeg wijst het geturf van De Ruiter uit dat het woord 'barmhartigheid' absoluut en relatief het meeste voorkomt in de Koran: in het Oude Testament is 29 keer sprake van barmhartigheid, in het Nieuwe Testament 27 keer en in de Koran maar liefst 114 keer.

De Ruiter realiseert zich uiteraard maar al te goed dat er in de praktijk vaak meer afhangt van de exegese dan van de letterlijke tekst, en dat het juist de koranuitleg van radicale imams is, die sommige jongeren op bepaalde gedachten brengt. Maar dat is nu net de reden dat de teksten zoals ze zijn -sec, zonder uitleg- hem fascineren. "De stille teksten zenden vaak een heel andere boodschap uit dan hun lezers en vertolkers, die luid om zich heen roepen."

Hij heeft geen voorkeur, zegt hij, voor de ene of de andere godsdienst. "Ik vind ze alle van een identiek goed- en kwaad niveau." Maar onder het gras heeft de arabist "misschien wel een kleine missie. Ik erger me aan de verkettering van de Koran en de moslims en het ophemelen van de joods-christelijke traditie."

Woorden als 'djihad' en 'oorlog' lijken De Ruiter in zijn kritiek gelijk te geven. Wat zegt de Koran over de djihad?

'Vol wanhoop en onzekerheid' wendde De Ruiter zich tot deze heilige tekst, in de vaste overtuiging een boek vol djihadgeweld aan te treffen. Maar dat bleek reuze mee te vallen. Er zijn in totaal slechts vier teksten waarin het woord voorkomt. En die zijn de onschuld zelve, vindt hij. Het zijn tamelijk 'brave verzen die de gelovigen gebieden de weg van God te houden en daar niet van af te wijken'.

Alleen Soera 25, het Reddend Onderscheidingsmiddel, vers 52 kan discutabel zijn: Gehoorzaam dan de ongelovingen niet, maar stel je hevig tegen hen te weer (djihad). De Ruiter: "In het Arabisch staat er in de gebiedende wijs letterlijk: span je in met grote inspanning. En in het verlengde van niet gehoorzamen -aan de ongelovigen- ligt op zijn minst burgerlijke ongehoorzaamheid of lijdzaam verzet. Hoort daar geweld bij? Ideologische scherpslijpers zouden het uit dit vers kunnen concluderen, maar evengoed kan geconcludeerd worden dat geweld niet tot de instructies behoort in geval van ongehoorzaamheid aan de ongelovigen."

Ook het woord oorlog, 'harb' in het Arabisch, komt maar vier keer voor in de Koran. Uit die vier verzen blijkt dat de Koran ervan uitgaat dat er een strijd met ongelovigen kán ontstaan; nergens staat echter dat de oorlog tegen hen moet worden begónnen. In Soera 47, Mohammed, vers 4 geeft de Koran de gelovigen inderdaad toestemming om de ongelovigen dood te slaan, maar er is wel een voorwaarde aan verbonden: ze moeten in de strijd worden ontmoet.

Vergeleken met de vier vindplaatsen in de Koran, komt het woord oorlog oneindig veel vaker in de Bijbel voor: 53 keer in het Oude Testament en 19 keer in het Nieuwe Testament, waarvan 13 keer in het laatste bijbelboek Openbaring, waarin Johannes het einde der tijden beschrijft: niets dan gewelddadige en bloedige strijdtonelen. De God van de Bijbel, concludeert De Ruiter, is een oorlogsgod, in tegenstelling tot de God van de Koran, die "geen enkele maal als oorlogsgod wordt neergezet maar veeleer als een God die de oorlog dooft" (Soera 5, de Tafel, vers 63: Telkens als zij [de joden en christenen] een vuur ontsteken dat tot oorlog leidt, dan dooft God het.)

In de christelijke eindtijd gaat het bloed en stenen hagelen, want de Here komt terug. Walgelijk vindt De Ruiter dat. Als het om geweld en oorlog gaat kan de islam nog heel wat van het christendom leren.