Na de bevrijding werden leden van de NSB en anderen die verdacht werden van collaboratie met de Duitsers gearresteerd en in afwachting van hun proces opgesloten in interneringskampen. Hun kinderen werden ondergebracht bij familie of in internaten. In genoeg gevallen was deze internering terecht, maar er werden ook NSB’ers opgesloten die tijdens de oorlog niet gecollaboreerd hadden met de nazi’s of zelfs verzet hadden gepleegd door bijvoorbeeld Joden te laten onderduiken. Ook vrouwen die zelf geen lid waren van de NSB werden geïnterneerd als hun man dat wel was.