Op zondag 18 november besteedde Peter R. de Vries weer een uitzending aan de affaire Hörchner. Daarin werden twee onthullingen gedaan. De eerste ging over de telefoontap die in het strafproces tegen Hörchner het bewijs moest vormen. Volgens Hörchner is het tapverslag gemanipuleerd, zodat het lijkt alsof hij geld voor de huur van de loods heeft ontvangen. Peter R. de Vries liet de geluidsband onderzoeken en kwam tot deze conclusie: Het tapverslag klopt niet met het telefoongesprek en het proces verbaal klopt niet met het tapverslag. Uit het telefoontje bleek geen enkele betrokkenheid van Hörchner met de XTC-bende, maar in het proces verbaal werd de tekst zo veranderd dat de indruk werd gewekt, dat Robert zijn loods aan de bende verhuurd had. Deze onthulling heeft grote gevolgen voor de praktijk van ons strafrecht.

In de uitzending werd dit echter volledig overschaduwd door een tweede onthulling, die ging over Hörchner zelf. Hij blijkt in 1993 betrokken te zijn geweest bij een drugstransport, dat door de douane van Engeland werd onderschept. Uit de context bleek dat hij actief aan dit transport had meegewerkt, maar geen deel uitmaakte van de smokkelbende.

Bij nadere beschouwing blijkt er weinig te kloppen van deze uitzending. Laten we daarom nog eens kijken naar de feiten.