“In september 2009 kwam het tot een ruzie tussen Marokkaanse en Molukse jongeren. Beide groepen hebben een sterk ontwikkeld eergevoel. Gekrenkte trots kon de voedingsbodem zijn voor een vete die steeds hardnekkiger en kwaadaardiger wordt. De aanleiding doet er eigenlijk niet meer toe: de eer van de groep is aangetast en dat moet hoe dan ook worden gewroken. Marokkaanse jongens zijn niet gewend om weerwerk te krijgen; Molukse jongens gaan er prat op dat ze pal staan voor hun wijk en hun familie. Als enige minderheid in Nederland hebben Molukkers nog eigen wijken die ze graag Moluks willen houden. Wat beide groepen gemeenschappelijk hebben, is het verongelijkte gevoel dat ’de overheid’ hen in de kou laat staan.”