Guusje ter Horst blijkt een schoolvoorbeeld van gebrek aan integriteit. Zij is een toonbeeld van vriendjespolitiek, verachting van het volk, normen- en waardenloosheid gelijk de overige leden van het kabinet: een potsierlijke carnavalsstoet van wereldvreemde geloofsfundamentalisten, geschiedvervalsende Calvijndwepers, volksverraders, geslepen bedriegers van bankcliënten, medeplichtigen aan genocide en ranzige schaamhaarfetisjisten.