Terugkijkend startte het kruipen van Obama in die beroemde ik-reik-de-moslim-wereld-een-hand-toespraak in Caïro, toen hij verwees naar de Palestijnse "verplaatsing" van 1948 (alsof de Palestijns Arabieren op een ochtend wakker werden en besloten dat ze allemaal op vakantie wilden naar Libanon). Maar het moment dat de wereld de schellen van de ogen hadden moeten vallen was het moment dat Obama de Nobel-prijs voor de vrede accepteerde. Een man met meer waardigheid had de eer van een dergelijke prijs erkend, maar meteen verklaard dat hij zich niet waardig achtte de prijs te accepteren. Maar hij accepteerde de prijs wel.