Europa verandert met het verdrag in een Staat, alleen zonder volkslied of vlag. Met het verdrag worden verder een Europese President en een Europese Minister van Buitenlandse Zaken geïntroduceerd. Met het verdrag verliezen de lidstaten ook het vetorecht op het gebied van Justitie en Binnenlandse Zaken, traditioneel de werkterreinen van een Staat. Dit betekent dat bijv. op het gebied van strafrecht een meerderheid van lidstaten maatregelen kan aannemen die individuele lidstaten niet willen.