Oranje & de SS
Bernhard zou dan zijn maarschalkstaf overdragen aan zijn kleinzoon ZKH prins Willem Alexander.

Diens overgrootmoeder, HM Koningin Wilhelmina, had Willem Alexander's oma, Juliana, gekoppeld aan SS'er opa Bernhard. Dat was gebeurd nadat zij daarvoor van de pas tot eerste minister benoemde Hitler diens instemming had verkregen. Daarbij was ook al een Loudon ingeschakeld. "Hare Majesteits gezant in Parijs, jhr.dr. J. Loudon, wees op Bernhard. Misschien was dat toen al overbodig, maar toch kan dit Wilhelmina's besluitvorming hebben beïnvloed." Tijdens WO-I was Loudon minister van Buitenlandse Zaken. "Daarbij kwam dan nog, dat verschillende Loudons ook nog invloedrijke functies bekleedden in ondernemingen (zoals de Koninklijke/Shell), waarin Wilhelmina belangen bezat."

Loudon ontmoette Bernhard enige keren bij de Belgische gezant in Parijs, en naderhand voor een lunch in zijn woning. "Toen had hij reeds over hem gesproken met Bernhards (IG-Farben-) chef in Parijs, dr. Willibald Passarge, die de Braziliaanse nationaliteit bezat.[3] "Passarge heeft Bernhard blijkbaar aanbevolen bij Loudon, want hij berichtte Wilhelmina dat deze prins zur Lippe een potentiële kandidaat zou kunnen zijn." Welke de argumenten daarbij waren werd niet bekend, maar voor Wilhelmina was het belangrijk dat er "sinds de Middeleeuwen goede betrekkingen tussen Naussau en Lippe hadden bestaan." "Zij was welhaast bezeten van een soort voorouderverering". Dat speelde ook "een rol bij de poging om Juliana uit te huwelijken aan (de wel degelijk Duitse!) prins van Stolberg. Juliana was genoemd naar Juliana van Stolberg, de moeder van Willem van Oranje, de 'vader des vaderlands'." "Naast deze kant van haar karakter was Wilhelmina tevens een doortrapte zakenvrouw." Zo merkt Kikkert op. Van prinses Juliana werd verondersteld dat zij geen talenten in deze richting bezat en zij was de enige erfgename van het familiefortuin. Daarom zou Wilhelmina een prins-gemaal met een economisch-juridische achtergrond wel een goed idee gevonden hebben. En hij wás een prins en hij wás luthers (lüthers)."[4]



Prins Bernhard Nazi-spion - Loudon & Colijn

Op 19 oktober 1935 kreeg Bernhard vergunning om in Parijs als 'Volontair' te werken. Bernhard werd er assistent van Willibald Passarge, Vertrauens Mann en directeur van IG-Farben bij de SOPI (Société pour l'Importation de Matières Colorantes et de Produits). "Hoewel aan de top van de IG-Farben sterke nationaal-socialistische sympathieën bestonden, had men in het algemeen op het Parijse kantoor waar hij werkte, niet veel met de nazi's op", merkt De Jong vergoelijkend, en misschien wat onvoorzichtig, op. Bernhard woonde ten huize van oom en tante graaf en gravin Von Kotzebühe, zij is van huis uit Allene Tew, een geboren Amerikaanse, die uit haar eerste huwelijk een miljonairsfortuin heeft meegebracht. [5]

Loudon geeft het plan voor de ontmoeting van Bernhard door aan zijn minister van Buitenlandse Zaken en oud-gouverneur-generaal van Nederlands-Indië in Den Haag, jhr. De Graeff, die tenslotte vanuit het Kabinet-Colijn de instructie aan Loudon geeft, "Bernhard positief te antwoorden en hem daarbij op Garmisch-Partenkirchen (waar de Nazi-propagandistische Olympische Winterspelen plaatsvinden) te attenderen". Zeer waarschijnlijk is "het geen toeval dat de Nederlandse ambassadeur het onderwerp van de Olympische Spelen ter sprake bracht. Men mag wel aannemen dat Koningin Wilhelmina op de een of andere wijze op Prins Bernhard attent was gemaakt. Men mag verder verwachten dat er een discreet maar nauwkeurig onderzoek was ingesteld naar zijn afkomst, zijn karakter en zijn politieke opvattingen."[6] Koningin Wilhelmina is "zich bewust dat zijn Duitse afkomst, gezien de in ons land heersende stemming, zekere weerstanden zou wekken; zij gaat, zoals prins Hendrik enkele jaren tevoren herhaaldelijk ('wiederholt') aan graaf Zech meegedeeld had, 'van een zekere negatieve instelling jegens Duitsland uit', en had het liever gezien, 'als haar dochter met een niet-Duitse prins in het huwelijk trad'." Maar zij ziet het eerder als "haar taak, samen met de ministers (die het huwelijk van de kroonprinses en de toekenning van een eigen jaarinkomen voor de prins aan de goedkeuring van de Staten-Generaal moesten onderwerpen) het jonge paar dusdanig bij het Nederlandse volk te introduceren dat een minimum aan politiek spanningen zou ontstaan." Zo vermeldt De Jong.[7]



Nederland al in het 'grijs verleden'
Een feit is, dat De Jong's afschildering van de in Nederland "heersende stemming" en "een zekere negatieve instelling jegens Duitsland" slechts bij een klein deel van de bevolking van het economisch van Duitsland sterk afhankelijke Nederland heerst. De Jong vermeldt dan ook, in tegenstrijd met zijn eerdere bewering, dat "De aankondiging van de verloving van de kroonprinses leidde op tal van plaatsen zowel in Nederland als in de overzeese rijksdelen tot uitbundig vreugdebetoon." Maar zover zijn wij chronologisch nog niet. Al worden de voorbereidingen getroffen.



Een knappe koppige rivaal voor 'Statthalter' Bernhard

Een belangrijk feit volgt hierop. De Volkenbondvertegenwoordiger Meinoud Rost van Tonningen komt in 1936 uit Oostenrijk naar Nederland. Hij had in Oostenrijk orde op de financiële staatszaken gesteld. Blijken zal, dat prins Bernhard deze Meinoud niet kan uitstaan. Zozeer, dat hij hem een paar maal naar het leven zal staan. Zoals in mei 1940, en in juni 1945 – definitief. Op 5 augustus 1936 brengt De Telegraaf het nieuws van de 'terugkeer' van de Rost. Nadat uitvoerig was gesproken over de situatie in Oostenrijk, kwam de politieke en economische situatie van Nederland aan de orde. In zijn ontslagbrief aan de Volkenbond had Rost van Tonningen namelijk geschreven. "Anderzijds blijkt de toestand van mijn Vaderland zoo moeilijk te zijn, dat ik als goed vaderlander meen te moeten werken voor mijn land, ten einde Nederland te helpen oprichten tegen de vernietigende macht die het van binnen uit en van buiten af bedreigt". Wat hij daar nu precies mee bedoelde bleef mistig.



Waarheid, warheid & werkelijkheid

Officieel waren het de heren Loudon en Colijn, beiden hotemetoten bij de 'Royal Dutch'/Shell, die Wilhelmina zouden hebben gewezen op de kwaliteiten van Bernhard. Dat die toen lid was van de SA en de SS bleek geen bezwaar. Terwijl Bernhard en Juliana elkaar al in 1934 en '35 ontmoetten, gebeurde dat officieel pas in februari 1936 in Oostenrijk. Toevallig. Zoals Wilhelmina ons voorliegt in haar autobiografie 'Eenzaam maar niet alleen'. Waarna beiden naar de Nazistische Olympische Spelen gingen. Terwijl aan sportbeoefenaren werd verweten aan deze Nazi-propaganda mee te doen – en sommigen onder hen dat dan ook hadden geweigerd.

Het werd zelfs toegestaan dat toen vlak voor het huwelijk op de galavoorstelling in Den Haag op uitdrukkelijk verzoek van Wilhelmina het Horst Wessellied werd gespeeld, in de Koninklijke loge door diverse genodigden de Hitlergroet werd gebracht. Uiteraard met toe- en instemming van Wilhelmina.