De parketmedewerker die het onderzocht concludeerde dat die boete in geen verhouding staat tot ander strafbaar gedrag. Ook de zero-tolerance-aanpak (áltijd vervolgen) schiet z’n doel voorbij. De parketsecretarissen beoordelen deze overtredingen nogal verschillend. ‘Mierenneuker’ had een kans van 50 procent op een sepot. Willekeur dus.

Dat is echter nog niets vergeleken bij het doolhof dat een Rotterdamse jeugdofficier in Proces van april beschrijft. Hij signaleert het bestaan van zó veel wetten en regels dat „zo ongeveer alles is verboden wat je als jongere maar kunt bedenken”. Vooral de regels over verkeer en gedrag op straat vormen „een schier onuitputtelijke bron van bekeuringen”. Op het parket wordt dat ‘hangjeugden’ genoemd: ergens zijn of iets doen wat niet mag. Daarvoor zijn vooral de gestripte scooters die in Rotterdam op straat slingeren erg geschikt. Dat zijn wrakken, ooit gejat, die nog net kunnen rijden, met een „onafwendbare aantrekkingskracht op sommige jongetjes van een jaar of 13, 14”. Dat levert een stroom bekeuringen op wegens schuldheling, zonder verzekering, helm en certificaat rijden, op de stoep etc. Deze kinderen verzamelen makkelijk een paar honderd euro boete, die ze niet betalen en thuis verzwijgen of verdonkeremanen. Dan gaat het hard.