In 'Voor concurrentie in de zorg moet plek zijn' concluderen hoogleraar Canoy en oud-PvdA-leider Bos in het BD dat het in 2006 ingevoerde zorgstelsel met marktwerking nog steeds kans van slagen heeft. Concurrentie is zinnig als zij leidt tot kostenbeheersing. Tevens verkondigen zij dat de sterk stijgende zorgkosten de solidariteit aantasten. Hogere eigen bijdragen en verkleining van het basispakket zijn daardoor onontkoombaar.

Nee. Concurrentie tussen zorgaanbieders leidt juist tot een onverantwoorde kostenexplosie én aantasting van de beroepseer. De solidariteit tussen mensen om te betalen voor goede zorg voor elk is onverminderd hoog. Probleem is niet gebrek aan solidariteit maar de afbraak ervan door het kabinet.

Canoy en Bos waarschuwen dat we concurrentie niet moeten verwarren met marktwerking. Klopt. Als twee artsen gaan voor de titel 'beste dokter van Nederland', dan is dat ook concurrentie. Gezonde concurrentie. Maar dit is niet wat Canoy en Bos voor ogen hebben: 'wat concurrentie echt is: het creëren van keuzevrijheid voor patiënten waardoor aanbieders kunnen winnen of verliezen bij het dingen naar de gunst van die consument of patiënt, al of niet via tussenkomst van een verzekeraar.' En welke prijs hebben die aanbieders in deze omschrijving te winnen? Een eervolle vermelding? Nee, de woorden 'consument' en 'verzekeraars' verraden het al: geldwinst. Marktwerking!

Canoy en Bos willen realisme en zeggen: de markt noch de overheid is perfect. Klopt. Maar het getuigt van realisme als je nadenkt over de essentie van marktwerking en overheidssturing en wat dat betekent voor de zorg. De overheid is niet perfect, maar wel democratisch. De volksvertegenwoordiging kan bijsturen, de kiezer corrigeert. De overheid houdt zich bezig met het algemeen belang, de moraal. Zorg is een grondrecht.

[...]