Vrijheid van godsdienst
Voor zover gelaatsbedekkende kleding (bijvoorbeeld een boerka) wordt gedragen om daarmee gevolg te geven aan een religieus (kleding)voorschrift constateert de Afdeling advisering dat dit valt onder de grondwettelijk en verdragsrechtelijk beschermde vrijheid van godsdienst. Het door de regering voorgestelde algemeen verbod voorziet volgens de Afdeling advisering gezien het hiervoor gestelde ten aanzien van het ontbreken van nut en noodzaak niet in een zodanig dringende behoefte dat dit een beperking op het recht op de vrijheid van godsdienst kan rechtvaardigen.