Nederland levert Hörchner over De overlevering aan Polen van Robert Hörchner, al acht jaar het mikpunt van het OM, werd dinsdag toegestaan door de Amsterdamse rechtbank. De uitspraak rammelt aan alle kanten, maar toont bikkelhard aan hoezeer de Nederlandse burgerrechten zijn uitgehold. Henk Rijkers “Dramatisch”, “verschrikkelijk”, “een farce”. Advocaat mr. Cees Korvinus, toch bepaald geen vreemdeling in het uitleveringsrecht, kan nauwelijks woorden vinden, net nadat Robert Hörchner gevankelijk uit de Amsterdamse rechtszaal is weggevoerd. Weg van vrouw en kinderen, weg uit zijn eigen land, op transport naar Polen, een land waarvan het rechtsbestel binnen de EU – zacht uitgedrukt – niet erg hoog staat aangeschreven. Alles op basis van schimmige aantijgingen, en na een jarenlang slepend, van de Poolse kwestie geheel en al losstaand conflict over fraude door het Openbaar Ministerie, precies op het moment dat Hörchner daarvan een doorslaggevend bewijsstuk – een vervalste telefoontap – in handen had gekregen. “Europa is er met deze uitspraak onveiliger op geworden”, concludeerde Hörchners raadsman zichtbaar aangeslagen. Hij voorspelt dat zijn cliënt in Polen na een mogelijk veel te lange voorhechtenis veroordeeld zal worden. “De Polen zullen hem vermalen. Hij maakt geen schijn van kans.” Foto: KN / Jan Peeters Rechtspraak à la Alice in Wonderland: Robert Hörchner is overgeleverd aan Polen. Alice in Wonderland Met in de hand een sporttas met persoonlijke bagage moest Robert Hörchner zich op 10 juli bij de Amsterdamse rechtbank vervoegen voor de uitspraak over het Poolse overleveringsverzoek. Als de rechtbank het zou inwilligen, moest de zakenman uit Sint-Michielsgestel immers ter plekke worden ingerekend en afgevoerd. Alle beroepsmogelijkheden zijn afgeschaft. Zijn vrouw Annelies mocht de rechtszaal niet in, maar moest plaatsnemen op de hermetisch afgeschermde publieke tribune. “Barbaars”, was het enige wat zij daar achteraf nog over kwijt wilde. Wel in de rechtszaal zaten Hörchner zelf en zijn raadsman, op de hielen gevolgd door een cameraploeg van Netwerk (EO). Hoofdschuddend hoorde Robert Hörchner daar de uitspraak aan, af en toe in verbijstering achterom kijkend. De uitspraak, waarvoor de rechters C. Klomp, M. van Mourik en A.A. Spoel tekenen, komt erop neer dat de rechtbank Amsterdam zichzelf als verlengstuk ziet van de Poolse justitie. “Hetgeen door de verdediging is aangevoerd, betreft steeds het bewijs dat de opgeëiste persoon de hem verweten gedragingen heeft begaan”, stelt de uitspraak. Waar moet de verdediging het anders over hebben, zou je denken. Maar hier blijkt juist hoezeer het Europees arrestatiebevel (EAB) een omkering van juridische waarden behelst. De onschuld van Hörchner is voor de Amsterdamse rechters geen enkel issue. “De waardering van het bewijs (dat Hörchner schuldig zou zijn – hr) staat bij uitsluiting ter beoordeling van de Poolse rechter die na overlevering zal dienen te oordelen over het feit waarvoor de overlevering wordt toegestaan”, zeggen de Amsterdamse rechters. Rechtsspraak dus à la Alice in Wonderland: eerst het hoofd afhakken. Dan begint het proces. Droge ogen In feite erkent hiermee de Internationale Rechtshulpkamer van de Amsterdamse rechtbank, de enige instantie die nog enigszins toezicht had kunnen houden, dat zij simpelweg weigert dit te doen. Zij draait de bewijslast rigoureus om, in de richting van de burger. Niet diens schuld hoeft zelfs maar enigszins aannemelijk gemaakt te worden, de verdachte dient zelf “buiten elke twijfel” te stellen dat hij “niet schuldig kan zijn aan het feit waarvoor de overlevering wordt verzocht”, zoals de uitspraak stelt (cursivering hr). Zoals officier van Justitie Hanneke Festen eerder met droge ogen in de rechtszaal te berde bracht, zijn daarvoor in de praktijk maar twee mogelijkheden: dat je ten tijde van het misdrijf al gevangen zat, of in een ziekenhuis in coma lag. Dat je aantoont dat je het beweerde misdrijf, het ondertekenen van een (door Polen nooit overgelegd) contract, niet op de gestelde plaats en tijd begaan kunt hebben, zoals Hörchner gedaan heeft, telt niet. De essentiële rechterlijke taak toe te zien op de meest basale rechtsbeginselen, namelijk of aantijgingen wel enige substantie bezitten, wordt in de Nederlandse rechtsstaat opgegeven en doorgeschoven naar de lokale rechter in een ver land, waarvan de verdachte de taal vaak niet eens spreekt en waar hij maar moet afwachten welke rechtshulp hij er aantreft. EVRM ‘Dit is deportatie. Het lijkt wel oorlogstijd’ De Amsterdamse rechtbank erkent dat de Poolse rechtsstaat binnen de EU een van de meest bekritiseerde is, zowel door het Europese Hof als door Amnesty International. Geen probleem toch?, aldus de rechtbank. Polen is immers aangesloten bij het Europese Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Je kunt echter pas, en dat weten de Amsterdamse rechters ook heel goed, procederen in Europa als je bij de nationale rechter, in dit geval de Poolse, bent uitgeprocedeerd. En uit de veroordelingen van het Europese Hof en de kritiek van Amnesty International blijkt nu juist dat je doorprocederen als buitenlandse verdachte in Polen maar beter uit je hoofd kunt laten. Wat heb je aan rechten die je in de praktijk niet kunt laten gelden? En hoe kunnen Nederlandse rechters dan doen of hun neus bloedt? Annelies Hörchner weet het antwoord: “Robert moest weg. Dit is geen overlevering. Dit is de deportatie van een ongewenst persoon. Het lijkt wel oorlogstijd.” Het actualiteitenprogramma Netwerk doet op donderdag 12 juli om 20.25 uur verslag van de overlevering van Robert Hörchner.