Om kernfusie te bereiken moeten twee deuteriumkernen (lees je in op http://deuterium.bij.7x.nl/ als je nu met je oren staat te klapperen) elkaar raken met een energie van ongeveer 80 keV, de energie die een geladen deeltje krijgt als er 80.000 volt (zeg maar een fikse TV beeldbuisversneller) op wordt gezet. Met behulp van de door Farnsworth uitgevonden fusor is nu al kernfusie mogelijk op microschaal. Het probleem is echter dat het nog steeds niet mogelijk is om er meer energie uit te halen dan er in wordt gestopt. Dit heeft te maken met de vrij nauwe grenzen waarin de botsingsenergie tussen twee deuteriumkernen moet liggen om een succesvolle fusie mogelijk te maken. Als dit technische probleem wordt opgelost door een slimme uitvinder ligt spotgoedkope milieuvriendelijek energie voor het oprapen, want ongeveer een procent van alle zeewater is zwaar water. In theorie zit er meer energie in een liter zeewater dan in een liter benzine.