Tussen 1550 en 1650 bekeerden zich ca. 15.000 Engelsen en Nederlanders tot de Islam. Avonturiers en zeelieden die wilden ontsnappen aan het slechte economische en religieuze klimaat van het Spaanse Rijk, sloten zich in groten getale aan bij de kapersvloot van Algarije en Marokko. Soms na eerst te zijn gevangengenomen, vaak uit eigen beweging. Van het totale aantal piratenkapiteins waren de helft, 55, Nederlanders.